Oppervlakte van een Driehoek Berekenen

Formule ½ × basis × hoogte, rekenmachine in cm² en m², en alle andere methodes

Laatst bijgewerkt op 26 september 2026.

De oppervlakte van een driehoek berekent u op verschillende manieren — welke u kiest hangt af van de gegevens die u heeft. Kort antwoord: oppervlakte = ½ × basis × hoogte. Een driehoek met een basis van 6 m en een hoogte van 3 m is dus ½ × 6 × 3 = 9 m². Hieronder rekent u het direct uit, en daarna volgen alle methodes met uitgewerkte voorbeelden.

Oppervlakte driehoek rekenmachine

Kies wat u weet, vul de waarden in en zie direct de oppervlakte met de berekening.

Welke methode kies ik?

Wat weet u?Gebruik
Basis en (loodrechte) hoogte½ × basis × hoogte
De drie zijden (a, b, c)Formule van Heron
Twee zijden en de ingesloten hoek½ × a × b × sin(C)
De coördinaten van de hoekpuntenFormule van Gauss
Afmetingen in meter (gevel, tuin, dak)Oppervlakte in m² of inhoud in m³

1. Basis × hoogte

Dit is de bekendste formule. De hoogte is de loodrechte afstand van de basis tot het tegenoverliggende hoekpunt — niet de lengte van een schuine zijde.

A = ½ × b × h
b (basis) h
De hoogte h staat loodrecht op de basis b.
Voorbeeld: basis = 10 cm, hoogte = 6 cm
A = ½ × 10 × 6 = 30 cm²

2. Formule van Heron (alleen de zijden)

Kent u alleen de drie zijden en geen hoogte? Dan gebruikt u de formule van Heron. Bereken eerst de halve omtrek s.

s = (a + b + c) / 2
A = √[s(s−a)(s−b)(s−c)]
Voorbeeld: a = 3, b = 4, c = 5
s = (3 + 4 + 5) / 2 = 6
A = √[6 × 3 × 2 × 1] = √36 = 6

3. Twee zijden en de ingesloten hoek

Kent u twee zijden en de hoek die ertussen zit, dan gebruikt u de sinus van die hoek.

A = ½ × a × b × sin(C)
Voorbeeld: a = 7, b = 9, C = 40°
A = ½ × 7 × 9 × sin(40°) ≈ ½ × 63 × 0,643 ≈ 20,2

4. Uit coördinaten (formule van Gauss)

Liggen de hoekpunten op een rooster, dan berekent u de oppervlakte rechtstreeks uit de coördinaten. Deze "schoenveterformule" wordt veel gebruikt in landmeetkunde en computergraphics.

A = ½ × |xA(yB − yC) + xB(yC − yA) + xC(yA − yB)|
Voorbeeld: A(0,0), B(4,0), C(0,3)
A = ½ × |0(0−3) + 4(3−0) + 0(0−0)| = ½ × 12 = 6

Speciale gevallen

Rechthoekige driehoek

De twee rechthoekszijden staan loodrecht op elkaar en vormen dus basis en hoogte: A = ½ × a × b.

Gelijkzijdige driehoek (zijde a)

Met de hoogteformule volgt een directe formule:

A = (√3 / 4) × a²
Voorbeeld: a = 6 → A = (√3/4) × 36 ≈ 15,6

Oppervlakte van een stomphoekige driehoek

Bij een stomphoekige driehoek valt de hoogte soms buiten de driehoek. Verleng dan de basis met een stippellijn en meet de loodrechte afstand tot het hoogste hoekpunt. De formule blijft gewoon ½ × b × h.

b (basis) h
De hoogte h ligt buiten de driehoek, op het verlengde van de basis.
Voorbeeld: basis = 8 cm, hoogte (buiten de driehoek gemeten) = 5 cm
A = ½ × 8 × 5 = 20 cm²

Oppervlakte in m² berekenen (in de praktijk)

Voor een gevel, dakkapel, tuin of een stuk stof wilt u de oppervlakte meestal in vierkante meter (m²) weten. Meet dan eerst de basis en de hoogte in meter, en pas daarna de formule toe.

Voorbeeld — puntgevel: de gevel is onderaan 6 m breed en de nok ligt 3 m boven de onderkant.
A = ½ × 6 × 3 = 9 m²
Voorbeeld — driehoekig stuk tuin met zijden 8 m, 10 m en 12 m (geen hoogte bekend):
s = (8 + 10 + 12) / 2 = 15
A = √[15 × 7 × 5 × 3] = √1575 ≈ 39,7 m²

Eenheden omrekenen

Let op: bij oppervlakte rekent u in het kwadraat om. Eén meter is 100 cm, maar één m² is 100 × 100 = 10.000 cm².

VanNaarRekenregel
cm²m²delen door 10.000
m²cm²vermenigvuldigen met 10.000
mm²cm²delen door 100
m²are (a)delen door 100
Voorbeeld: basis = 50 cm, hoogte = 70 cm → A = ½ × 50 × 70 = 1750 cm² = 0,175 m².
Of reken direct in meter: ½ × 0,50 × 0,70 = 0,175 m².

Inhoud (m³) bij een driehoek

Een platte driehoek heeft geen inhoud, alleen een oppervlakte. Wordt de driehoek "doorgetrokken" over een lengte, dan ontstaat een driehoekig prisma — denk aan een zadeldak, een goot of een wig. De inhoud daarvan is:

Inhoud = oppervlakte driehoek × lengte
Voorbeeld — zolder onder een zadeldak: de gevel is 6 m breed en 3 m hoog, het huis is 10 m diep.
Oppervlakte gevel = ½ × 6 × 3 = 9 m²
Inhoud = 9 × 10 = 90 m³

Zoekt u de inhoud van een piramide met een driehoekig grondvlak? Dan geldt inhoud = ⅓ × oppervlakte grondvlak × hoogte.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen hoogte en zijde?

De hoogte is de loodrechte afstand van een hoekpunt tot de overstaande zijde. Alleen in een rechthoekige driehoek valt een hoogte samen met een zijde.

In welke eenheid komt de oppervlakte?

Altijd in kwadraateenheden: als de zijden in cm zijn, is de oppervlakte in cm².

Kan ik de oppervlakte vinden zonder hoogte?

Ja — gebruik de formule van Heron (drie zijden) of de sinusformule (twee zijden en een hoek).

Hoeveel m² is een driehoek van 6 meter lang en 3 meter hoog?

½ × 6 × 3 = 9 m². Dit geldt als de 3 meter loodrecht op de zijde van 6 meter gemeten is.

Waarom moet je delen door 2?

Elke driehoek is precies de helft van een rechthoek (of parallellogram) met dezelfde basis en hoogte. Die rechthoek heeft oppervlakte b × h, de driehoek dus ½ × b × h.

Hoe bereken je de oppervlakte van een gelijkbenige driehoek?

De hoogte vanuit de top valt precies in het midden van de basis. Met de beenlengte a en basis b geldt h = √(a² − (b/2)²) (Pythagoras), en daarna A = ½ × b × h. Voorbeeld: benen van 5 cm, basis 6 cm → h = √(25 − 9) = 4 cm → A = 12 cm².

Liever automatisch?

Voer de gegevens in en de calculator kiest zelf de juiste methode.

Open Calculator